Als beeldmakers sta ik in het centrum van een intrigerende paradox; het continu toevoegen van meer beelden die reflecteren op een wereld die voor een steeds groter deel uit beelden is opgebouwd. Globalisering en digitalisering hebben de chronologie van het leven aangetast, waardoor ons referentiekader steeds minder gebaseerd is op geschiedenis en feiten.
De door politiek, wetenschap en economie geïnitieerde rationele beslissingen op macro niveau leiden tot een media jungle met verregaande consequenties: het conflict tussen de grootschalige fluïde anonimiteit van de metropool vs de positie van het individu. In dit proces is de fotograaf betekenisgever, het beeld leidend, maar haar echtheid of 'haar ware aard' niet eenduidig.
In de publieke ruimte wordt het beton vervangen door fotografie en video in reclame, enterainment en informatie. De architectuur en ruimtelijke ordening zijn steeds meer een tussenfase en onze hedendaagse ervaringen vallen steeds meer samen met de beelden die ervan worden gepresenteerd. De traditionele relatie tussen (fysiek) origineel en (digitale) kopie is veelal omgedraaid. De herinterpretatie van het beeld is meer waarheidsgetrouw aan de menselijke conditie dan de objecten die het weergeeft. Het werk vormt een individuele versie van SimCity, een plausibele en soms ontwrichtende microkosmos van ons hedendaagse bestaan.
De realiteit van steden ligt niet langer in hun historische of geografische betekenis. Analoge en tijdspecifieke relaties zijn geëvolueerd tot een continu veranderende beeldcultuur: Architectuur wordt ontworpen (of gekloond) met het uiteindelijke beeld in gedachten, belangrijker dan het gebouw of de stad zelf. Feitelijke gebouwen en digitale ontwikkelingen zijn onderdeel van één wereldomspannende, imaginaire stad. Mijn meest recente werk is een statement over een wereld die gemodelleerd is naar het (gewenste) beeld dat men er (later) van zou kunnen maken: in fotografie, video, film, games, nieuws, zowel als entertainment.