Hoe langer ik kijk, hoe meer ik zie.
Aanwezig zijn is geen vanzelfsprekendheid; het vraagt om aandacht en overgave aan een moment of plek. Pas dan wordt het alledaagse uitzonderlijk, niet omdat het verandert, maar omdat mijn aandacht zich verdiept.
Door steeds terug te keren naar dezelfde plekken, handelingen en rituelen verschuift niet alleen wat zichtbaar wordt, maar ook mijn verhouding tot de wereld. Wat eerst alledaags lijkt, blijkt voortdurend in beweging. Tijd wordt niet iets dat voorbijgaat, maar iets waarin ik kan verblijven.
Mijn werk ontstaat vanuit zelf opgelegde rituelen. Niet om beperkingen te creëren, maar om een kader te maken waarbinnen aandacht kan ontstaan. Door eenvoudige handelingen te herhalen — het dagelijks fotograferen van dezelfde lucht, het wekelijks terugkeren naar een landschap, dezelfde routes of dezelfde mensen — verandert niet zozeer wat ik zie, maar hoe ik kijk. Wat bekend is, wordt niet minder interessant, maar juist steeds gelaagder.
Fotografie is voor mij een manier om aanwezig te blijven. Wat ik creëer zijn sporen van die voortdurende aandacht. Mijn werk gaat uiteindelijk over blijven. Over kijken zonder te willen afsluiten. Over het toestaan dat iets zich pas toont wanneer je lang genoeg aanwezig bent.
The Unfixed Line
Present Tense – A Practice in Attention
North Sea Jazz Art
Resonances from the void