In de afgelopen jaren heb ik een archief opgebouwd met foto's van objecten die ik toevallig op straat vind. Als kunstenaar ben ik geïnteresseerd in het onderzoeksproces en niet zo zeer in conclusies daaruit voortkomend.
Elk object dat ik selecteer, lijkt een persoonlijk verhaal te vertellen dat mijn aandacht trekt. Naast het verhaal probeer ik de archeologische sporen van de hedendaagse tijd te analyseren, omdat wat we weggooien ons informatie biedt die onze levensstijl weerspiegelt en de culturele processen onthult die ten grondslag liggen aan menselijk gedrag.
Mijn werk is niet per se gericht op het beoordelen van milieuvraagstukken; achtergelaten voorwerpen fascineren mij en inspireren mij juist daarom om kunst te maken.
Wat er voor mij echt toe doet, is de aard van verlangen. Het oorzaak-object van verlangen, een term bedacht door Lacan in zijn theorie over psychoanalyse, verwijst naar dat ongrijpbare element dat ons verlangen motiveert, maar dat nooit volledig bereikbaar is. Wat ons dus verleidt, is niet het object zelf, maar de leegte die ontstaat door het niet te bezitten. In het consumentisme is de daad van het kopen vaak bevredigender dan het gebruik van het verworven object.
Toeval is een bepalende factor in mijn werk, zoals in het "Objet trouvé" waarmee dadaïsten en surrealisten in de vorige eeuw ideeën over de ware aard van kunst ter discussie stelden.
Tot slot wil ik eraan toevoegen dat mijn schilderijen nauw verbonden zijn met de fotorealistische beweging die in de jaren 70 in de Verenigde Staten ontstond om de waarde van alledaagse beelden in de kunst te herstellen. Enkele gemeenschappelijke punten zijn het gebruik van fotografische en mechanische middelen en de inzet van technische vaardigheden om een waarheidsgetrouw beeld te verkrijgen. Maar voor fotorealisten is dit een doel, terwijl het voor mij meer een manier is om het concept achter mijn werk te visualiseren.